11 juni 2012

HOE DIENT DE HERBENOEMING VAN HET MANDAAT VAN DE COMMISSARIS IN ONDERSTAANDE SITUATIE TE GEBEUREN?

 

De algemene vergadering benoemt een commissaris voor een periode van 3 jaar. Deze 3 jaar dekt slechts 2 boekjaren. Dient de commissaris herbenoemd te worden na de periode van 2 boekjaren zoals bepaald door algemene vergadering en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad of dient bij de herbenoeming rekening gehouden te worden met een termijn van 3 boekjaren zoals bepaald door de wet?

De termijn is verbonden met de opdracht zoals beschreven in artikel 142 van het Wetboek van vennootschappen / artikel 3:73 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen onder andere de controle over de jaarrekening.

 

De eerste kamer van het Hof van Cassatie [1] heeft omtrent deze kwestie een arrest geveld waaruit volgt dat de term “jaar” in artikel 64quater van de Vennootschappenwet (art. 135, § 1, eerste lid W. Venn. / art. 3:61, § 1 WVV) dient begrepen te worden als “boekjaar”, zijnde de periode waarop de jaarrekening die de commissaris controleert en waarover hij verslag uitbrengt, betrekking heeft: waar de wet geen eisen stelt omtrent de duur van elk van de boekjaren, zijnde de opeenvolgende controleperiodes, kan de verkorting of verlenging van één of meerdere van die boekjaren geen wijziging van het wettelijk omschreven aantal boekjaren dat de ambtstermijn van de commissaris dient te omvatten.

 

Uit het voorgaande volgt dat de commissaris door de algemene vergadering van de vennootschap in casu wel degelijk benoemd werd voor een periode van drie “boekjaren”, zodanig dat de commissaris geroepen is om over de drie opeenvolgende jaarrekeningen verslag uit te brengen. Logischerwijze is een eventuele hernieuwing van het mandaat van de commissaris door de algemene vergadering van de vennootschap in casu pas aan de orde nadat de commissaris over de drie opeenvolgende jaarrekeningen verslag heeft uitgebracht.


[1] Cass. 5 juni 2008, AR C.06.0606N, Pas. 2008, afl. 6-7-8, 1417; JDSC 2009, 241, noot M. Caluwaerts; Rev.prat.soc. 2010 (samenvatting), afl. 1-2, 281, noot M. De Wolf; RW 2009-10 (samenvatting), afl. 20, 834 (bevestigt Gent 5 januari 2004, TBH 2005, 401, noot I. De Poorter, “Het mandaat van de commissaris duurt drie jaar”).

Dit arrest is integraal beschikbaar op de website van het ICCI: https://sfprod.icci.be/nl/rechtspraak/jurisprudence-detail-page/hof-van-cassatie

______________________________

Disclaimer: Hoewel het Informatiecentrum voor het Bedrijfsrevisoraat (ICCI) met de grootste zorgvuldigheid de ontvangen vragen behandelt en hiervoor beroep doet op personen met de vereiste bekwaamheden, wordt ten aanzien van de antwoorden geen enkele garantie geboden en draagt het geen enkele contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid voor de eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit feitelijke of juridische vergissingen die werden begaan in het kader van de verstrekte antwoorden en informatie. Het antwoord wordt alleen in de taal van de vraagsteller overgenomen. De lezer en in het algemeen de gebruiker van dit antwoord blijft als enige verantwoordelijk voor het gebruik daarvan.