7 april 2026
472 views
16 maart 2026
209 views
12 maart 2026
264 views
27 februari 2026
Overeenkomstig artikel 1:24, §7, tweede paragraaf Wetboek van vennootschappen en verenigingen worden de vennootschappen die een consortium vormen met een moedervennootschap gelijkgesteld om de grootte ervan vast te stellen. Dit houdt in dat, overeenkomstig de paragrafen 6 en 7 van artikel 1:24 WVV, de grootte van de moedervennootschap wordt bepaald aan de hand van de criteria inzake netto-omzet en balanstotaal op geconsolideerde basis, evenals aan de hand van de som van het gemiddeld jaarlijks aantal werknemers van elk van de verbonden vennootschappen.
26 februari 2026
De benoeming van de commissaris of de voormalige commissaris tot CFO tijdens de cooling-off periode zoals bepaald in artikel 3:62, §3 WVV, vereist de actieve betrokkenheid van de vennootschap. Deze schending van het WVV, die strafrechtelijk wordt gesanctioneerd, moet bijgevolg worden vermeld in het tweede deel van het commissarisverslag, overeenkomstig artikel 3:75, §1, 9° WVV.
26 februari 2026
Een tijdelijk verhinderd bedrijfsrevisor kan, overeenkomstig artikel 30, §1 van de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren, geen revisorale opdrachten uitoefenen. De opdracht waarin het wetsontwerp tot invoering van een belasting op meerwaarden op financiële activa voorziet, is geen revisorale opdracht.
26 februari 2026
Artikel 3:72 WVV sluit bepaalde vennootschappen uit van de wettelijke controle van de jaarrekening, met name niet-genoteerde kleine vennootschappen als bedoeld in artikel 1:24 WVV. Deze uitsluiting geldt echter niet voor vennootschappen die deel uitmaken van een groep die gehouden is geconsolideerde jaarrekeningen op te stellen en te publiceren.
26 februari 2026
Een dossier van de werkzaamheden, ook in het kader van eenmalige opdrachten, wordt niet enkel gebaseerd op één type bewijs (i.c. CODA/ISABEL afschriften), maar vereist een passend coherent geheel van bewijsmateriaal aangepast aan de specifieke context. De algemene principes van ISA 500 kunnen als referentiepunt worden beschouwd voor wat betreft de bepaling van “controle-informatie”.
De diverse soorten informatie en de bronnen van de informatie hebben een verschillende graad van kwaliteit, betrouwbaarheid en relevantie. De beroepsbeoefenaar houdt hiermee rekening voor de onderbouw van zijn oordeel of conclusie. A priori geldt er geen beperking op de bewijskracht van een CODA‑ of Isabel‑bankafschrift. De geschiktheid ervan moet echter telkens worden beoordeeld in functie van het doel en de criteria van de specifieke procedure dewelke de beroepsbeoefenaar met toepassing van zijn “professional judgement”, heeft bepaald. De beroepsbeoefenaar evalueert de relevantie en betrouwbaarheid van de informatie om te komen tot de conclusies.
27 januari 2026
Artikel 3:63 WVV bevat regels inzake de onafhankelijkheid voor de commissaris in het kader van de wettelijke controle van de jaarrekening. Het is niet van toepassing op een bedrijfsrevisor die deze functie niet uitoefent, tenzij hij deel uitmaakt van het netwerk van de commissaris.
16 feb 2026
TAA nr.94 - Implementation of IFRS 18: practical considerations for Belgian enterprises
18 dec 2025
TAA n° 93 - Assurancerapporten met een beperkte mate van zekerheid in het kader van de CSRD: te trekken lessen uit de eerste golf van Belgische duurzaamheidsverslagen
1 augustus 2024
10 januari 2024
15 mei 2023
Cassatievoorzieningen in strafzaken durven nogal eens gekenmerkt te worden door een grote mate van inventiviteit. Meestal draait die inventiviteit op niets uit. Zo ook in het arrest van 21 maart 2023.
De eiser in cassatie was schuldig bevonden aan het misdrijf misbruik van vertrouwen (art. 491 Sw.). Deze schuldigverklaring was het gevolg van het opnemen van bedragen in een rekening-courant van zijn vroegere vennootschap.